Historie V.A.T. -Sloten

In het kader van het 90-jarig jubileum van de Vereniging van Amateur Tuinders op 1 september 2009 heeft tuin lid Theo Neerings (tuin 3) een vergaand onderzoek ingesteld naar de geschiedenis van de vereniging.

De eerste jaren
Een terugblik in de oude kronieken brengt ons in de periode van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). In die tijd van malaise, voedselschaarste vat90 01en distributie van levensmiddelen, besloot een aantal inwoners van de stad Amsterdam gezamenlijk een stuk grond te huren van een particulier om hierop aardappelen en groenten te verbouwen. Dit zal omstreeks 1916 zijn geweest. Het oog viel op een stuk weiland, gelegen aan de Sloterstraatweg, dat een lengte had van ongeveer 300 meter en een breedte van ongeveer 60 meter, omringd door sloten. Dit perceel lag ongeveer ter hoogte van de huidige Maassluisstraat in het stadsdeel Slotervaart. Destijds was dit stuk grond eigendom van de heer H.W. van Marle jr. die het onder beheer van een makelaar had gesteld. Of de huur van dit perceel middels een collectieve overeenkomst of individuele overeenkomsten was afgesloten is niet meer vast te stellen.

In het voorjaar van 1917 begon men aan de bewerking van de grond en het zaaien en planten van gewassen. Iedere deelnemer kreeg een stukje grond toegewezen van ongeveer 300 vierkante meter. Het geheel bestond uit 60 tuintjes. Toen na verloop van tijd deze tuintjes wat meer bekendheid kregen bij het grote publiek, werd het aantal aanvragen hiervoor groter en was het hele complex spoedig verhuurd. Vanwege dit succes besloot men in 1918 de hele strook weiland te huren die grensde aan de hoofdvaart in de Sloterpolder. Dit betekende dat het looppad een lengte kreeg van ruim een kilometer. Zo groeide het tuincomplex verder uit en telde het 210 leden. Acht daarvan hadden een dubbele tuin. De bestuursvergaderingen werden in die tijd meestal gehouden bij een van de bestuursleden thuis. Later vonden deze vergaderingen plaats in het buurtgebouw van de uitspanning Schinkelhaven (nu allang verdwenen) aan de Amstelveenseweg nummer 11 tegenover de hoofdingang van het Vondelpark. Dit leidde ertoe dat op 1 september 1919 de vereniging Amateur Tuinders (V.A.T.) officieel werd opgericht. Het secretariaat was destijds gevestigd aan het Singel 280 in Amsterdam.

vat90 02In het artikel “Historie van de Amsterdamse volkstuinen in het algemeen” van het voormalig tuinlid de heer Trienus Hofsteenge (verschenen in Nieuws van V.A.T. 1999) wordt enige informatie verschaft over de oprichting en de koninklijke goedkeuring van onze vereniging. Volgens de heer Hofsteenge blijkt uit archiefstukken van de V.A.T. dat er tussen 1915 en 1919 reeds eerdere pogingen in het werk zijn gesteld om tot oprichting van een vereniging te komen onder de naam “Ons Buiten”. Het is niet geheel uit te sluiten dat er tijdens de oprichtingsfase van “Ons Buiten” in 1919 een splitsing is ontstaan in de groep tuinders aan de Sloterstraatweg. Een deel van hen richtte in 1919 de V.A.T. op en een ander deel ging enkele jaren later op in de in augustus 1922 opgerichte tuingroep “Ons Buiten” (Nadien actief aan de Riekerweg bij de Nieuwe Meer).

Uit archiefstukken van het Algemeen Rijksarchief te Den Haag blijkt dat een bestuur bestaande uit de heren Chr. Barneveld (eerste voorzitter), C. van der Hulst (tweede voorzitter), Ottomar Swanten (eerste secretaris), L.J. Gehring (tweede secretaris), J.H. Meewezen (eerste penningmeester), H.A. Schuit (tweede penningmeester), J.J. Beerents (algemeen lid), de eerste ledenvergadering heeft voorbereid die werd gehouden op 16 september 1919 met een verdaging naar 24 september 1919 in de Conferentie-Bar aan de Kinkerstraat. Het genoemde bestuur werd ongewijzigd door de ledenvergadering benoemd als definitief bestuur, zodat genoemde mensen als de oprichters van de V.A.T. beschouwd kunnen worden.  Over het al dan niet voortbestaan van “Ons Buiten” spreekt de voorzitter tijdens een ledenvergadering op 7 april 1920 tenslotte het verlossende woord: “Vervolgens deelt de voorzitter mede dat in verband met de liquidatie van “Ons Buiten”, de “Vereniging van Amateur Tuinders” in het vervolg een geheel zelfstandig bestaan zal voeren, waarom het goed zal zijn op de statuten de Koninklijke Goedkeuring te verzoeken.”

Die goedkeuring werd verkregen bij Koninklijk Besluit van 10 juli 1920. Dit was ondertekend door Koningin Wilhelmina en de toenmalige minister van justitie in verband met de erkenning van de V.A.T. als rechtspersoon.

Tussen de wereldoorlogen
vathistorie3Na de Eerste Wereldoorlog liep het ledenbestand wat terug, doch dit bleek slechts van korte duur te zijn. Daarna deden de zogenaamde siertuintjes met bomen, heesters en vaste planten hun intrede. Langzamerhand verschenen ook de echte tuinhuisjes die van jaar tot jaar sierlijker en groter werden. Door de verdere uitbouw van het tuincomplex kwamen er voor het bestuur steeds meer werkzaamheden bij. In de twintiger jaren werd er een oude directiekeet gekocht die dienst deed als bestuurshuisje. In 1922 nam men het besluit om voor de algemene onderhoudswerkzaamheden van het park een tuinman in dienst te nemen. Omdat petroleum destijds vrijwel de enige brandstof was, deden petroleumstellen (een-, twee- en driepits) weldra hun intrede, want men moest af en toe toch ook een kopje koffie of thee kunnen zetten. Om het de mensen wat gemakkelijker te maken, kreeg een tuinlid de alleenverkoop van petroleum op het tuinpark.

In de jaren tussen 1930 en 1940 had men op de tuin zelfs drie bijenhouders. Ten gevolge van gemeentelijke voorschriften mochten er geen bijen meer worden gehouden, waardoor de imkers verdwenen.

In 1938 was slechts één tuinlid in het bezit van een auto. Een voor die tijd ongekende luxe! Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vierde de V.A.T. in 1939 haar twintigjarig jubileum.

De periode van 1940 tot 1945
Tijdens de Tweede Wereldoorlog braken er voor de vereniging moeilijke tijden aan. De Duitse bezetter kwam met diverse bepalingen zoals opgave van verenigingen en stichtingen. Dit hield in dat alle eigendommen van de V.A.T. geregistreerd moesten worden. De leden werden verplicht zich in te schrijven bij het Bureau voor Tuin- en Voedingsgewassen te Alkmaar, waar ze een verenigingskaart kregen voor het vervoer van de op hun tuin gekweekte gewassen en vruchten naar huis. De controleambtenaren van de Crisis Controle Dienst (C.C.D.) en de politie traden dikwijls zeer streng op. Zo kon het gebeuren dat onze leden last kregen met deze ambtenaren omdat ze groenten en gewassen vervoerden die ze bij de tuinders in de polder ophaalden voordat ze die van hun eigen grond konden oogsten. Minder fraai was dat de Duitsers alle tuinhuisjes hebben opengebroken om radio’s, koper en dergelijke te roven. Wanneer na de bevrijding de balans wordt opgemaakt, staat het bestuur van de V.A.T. voor een complete chaos.

De naoorlogse periode
Dit waren de jaren van hard werken aan de wederopbouw. Er was praktisch aan alles gebrek. Voor de bouw van tuinhuisjes gebruikte men onder andere krattenhout dat afkomstig was van kisten van de Amerikaanse Fordfabrieken. Dit materiaal werd door een timmerman aan de Slimmeweg in Sloten te koop aangeboden. De onderlinge band tussen de V.A.T.-leden was toen zeer hecht. Doordat men elkaar met raad en daad terzijde stond, begonnen de volkstuinen weer volop te floreren.

Copyright © 2015 Tuinpark V.A.T.-Sloten - Vereniging Amateur Tuinders - etoro review.
Copyright © 2016 Tuinpark V.A.T.-Sloten - Vereniging Amateur Tuinders - Mascha van Kampen.